De komende maanden vragen schrijvers en podiumartiesten het vanachter tientallen microfoons overal te lande: waarom blijft het zo stil? Waarom zijn er zo weinig mensen die debat voeren over het feit dat België zo goed als beslist heeft om zes miljard euro te besteden aan de aanschaf van gevechtsvliegtuigen? Zes miljard is meer dan het dubbele van wat er verschuift door de taxshift-heisa waar haast iedereen over kakelt. Het blijkt dan ook nog te gaan om de aanschaf van vliegtuigen die in staat moeten zijn om kernwapens te droppen. Dat geld kan beter worden besteed.

Erik Vlaminck, Elvis Peeters, Ann Meskens, Anne Provoost, Jan De Smet, Kris De Smet, Peter Theuninck, Joke Van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Tine Hens en ikzelf beloofden bij elke voordracht het debat te openen. Zo schreef ik een gedicht, onder andere om deze problematiek aan de kaak te stellen. Op de Confituurstand van de Boekenbeurs las ik het gisteren voor een eerste maal voor.

Schermafbeelding 2015-11-09 om 11.08.55

We zitten in een warme machine

Kinderen zet men op strakke rijen,
rijen laadt men in gebouwen,
gebouwen stapelt men tot torens.

Dan speelt men schaak,
tussen bomen en raketten,
tussen loof en munitie,
tussen organiek en avondwarm.

Als vliegen hangen we aan haakjes.
Onder onze pootjes liggen kaartjes
over heden, verleden of toekomst:

wat te zullen zijn, en hoe
de stad ons in kleuren zal verdelen,
rivieren ons scheiden, strijd
als een met musketten gevulde geul –

Ik lees de haastig geschreven naam van een halve man.

Waar is zijn helft, en hoe kunnen wij dit nog plakken?
Waar zijn de rijen, waar kunnen wij ons er in schikken?
Waar is zijn spel, hoe houden we op het te blijven spelen?

Waar is zijn tijd, en de klok om het tikken te beëindigen?
Waar is zijn licht, en hoe kunnen wij dat ooit dimmen?
Waar is zijn stem, en waarom is het zo stil?

One thought on “We zitten in een warme machine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *