Lies Van Gasse (België, 1983) dicht met verf als beeldend kunstenaar en schildert met woorden als dichter. Woord en beeld gaan in haar werk hand in hand. Hiervan getuigen niet alleen de illustraties bij gedichten van Guido Gezelle, H.C. Pernath en Peter Theunynck, ook in haar eigen werk combineert ze tekst en beeld, in wat ze toepasselijk beschrijft als ‘graphic poems’. Daarnaast is Van Gasse als leraar verbonden aan de academie van Deurne (opleiding Beeld en Woord-in-Beeld) en Lier (opleiding Schrijven).

Van Gasse zette zich in 2008 meteen duidelijk op de kaart als dichter met haar debuut Hetzelfde gedicht steeds weer, wat een groot succes werd bij lezers en critici. Ze won reeds diverse prijzen zoals de Dirk Martens-prijs voor de cross-medialiteit van haar werk. Die was te zien in onder andere het project Het boek Hauser dat ze samen met Annemarie Estor uitwerkte. Daarnaast maakte ze in 2019 een theatervoorstelling naar haar gelijknamige boek Een Held. Haar laatste bundel beestjes verscheen in 2021 bij Wereldbibliotheek. In 2022 werd ze samen met Yannick Dangre, Ruth Lasters, Lotte Dodion en Proza-K opgenomen in de stadsdichterspool van de stad Antwerpen.

openingstekst tentoonstelling Jana Arns

Als er na de storm nog iets van ons te vinden is,
dan zal dat in de palmen van jouw handen liggen, 
klein vertakt.

Als het goed is, heeft de wereld
zich tegen die tijd samengeknepen:

kleiner dan een handpalm,
kleiner dan de steen in jouw ogen,
kleiner dan de nerf die wijst.