“Wachtend tot het ectoplasma niet langer krult als sigarettenrook en weer mijn kader in duikt” – Charl-Pierre Naudé over Zand op een Zeebed

Op Terras bespreekt de Zuid-Afrikaanse dichter Charl-Pierre Naudé Zand op een Zeebed. In deze tekst, waarmee ik erg blij ben, brengt hij een opvallende interpretatie van mijn boek:

“De gouden draad die dus, met het risico in herhaling te vallen, het boek samenbindt zijn de ‘verplaatsingen’, de belichamingen van de sublieme lyrische metafoor. De uiteindelijke inhoudelijke samenhang is zeer, zeer opvallend – en dat terwijl Van Gasses tekeningen het idee van enige samenhang in de schepping van de wereld juist omver lijken te werpen. Het boek lijkt dergelijke samenhang te zien als een product van het oog, als toeval.

Er bestaat zoiets als biomimicry (een term die trouwens recentelijk in zwang is geraakt binnen neocreationistisch religieuze kringen en bepaalde literaire kringen in Zuid-Afrika) dat verwijst naar de neiging van natuurlijke fenomenen om zich te herhalen in patronen. Uit deze waargenomen neiging trokken sommigen de conclusie dat er daarom een bewustzijn (God) moet zijn dat bezig is de wereld uit te vinden of uitgevonden heeft. De redenering is schijnbaar dat denken in patronen een teken van bewustzijn is, en dat (zo gaat de redenering verder) tekenen van bewustzijn in de natuur er daarom op wijzen dat overal een hoger bewustzijn achter zit, iemand die daarom los staat van de mensheid, en die de schepping en haar patronen lang geleden al bepaald en beslist heeft. Het is niet moeilijk verschillende denkfouten te zien in deze redenering (al maakt het zien van deze denkfouten het religieuze of holistische denken op zich daarom nog niet overbodig).

Van Gasses boek suggereert een geheel andere kijk op deze wederzijdse mimicry van natuur en cultuur. De wereld zoals die zich voordoet blijkt niet de patronen van de schepping te vertonen, maar die van de perceptie. “

coverontwerp Zand op een Zeebed

coverontwerp Zand op een Zeebed

“So, indeed, at the risk of repeating myself, the golden thread that keeps this book together is the “transplantations”, the embodiments of surpassing lyrical metaphor. The eventual cohesion of the book’s content is very, very striking – despite the fact that Van Gasse’s graphics seemingly subvert the idea of there being cohesion in the creation of the world. The book seems to view such cohesion as a product of the eye, as coincidence.

     There exists a term, “biomimimicry” (which incidently has garnered some currency lately in neo-creationist religious circles and in some literary circles in South Africa), which refers to the tendency of natural phenomena to repeat itself in patterns. This perceived tendency is then taken by some to mean there must be a conscious mind (God) who is busy inventing the world or who has invented it. The reasoning is supposedly that thinking in patterns is a sign of consciousness, and from there (the reasoning goes), signs of consciousness in nature necessarily mean a higher consciousness is behind it all, someone who is necessarily separate from humanity, and who has fixed and decided creation and its patterns long ago. It is not difficult to see the multiple fallacies in this reasoning (though seeing these fallacies does not render religious thinking per se necessarily redundant).

     Van Gasse’s book implies a wholly different look on this intra-mimicry of nature and culture. The world as it appears is not seen as exibiting the patterns of creation, but of perception. The reader of Zand op een zeebed is at all times aware of the projected nature of the book: It is as if the book is a product of the Dogme 95 movement, in which the view point of the human creator is unsteady and falters, as if seen though a hand-held camera. There are several ways in which the author conveys this “unsteadiness” of the viewer. “

Cutting Edge over Zand op een Zeebed

“Je keert terug, je vliegt vooruit, je belandt ergens waar je nooit dacht te zullen belanden. Je legt het boek opzij, maar neemt het toch terug ter hand. Nog even. Nog even ronddolen in het landschap van haar verbeelding dat langzaam maar zeker het landschap van de eigen verbeelding wordt. Tot je verdrinkt in de oceaan van Van Gasse’s grafische poëzie.”
– Jan-Jakob Delanoye op Cutting Edge

Flor Declercq en Kathy De Wit over Zand op een Zeebed

Voor de boekpresentatie bij deBuren schreef Flor Declercq twee prachtige gedichten.

(…)

Het licht kruipt dik uit haar achterhoofd.
Alle geluid vleit zich in het stof
maar niks buigt om het einde te horen.

Alleen de hitte neuriet nog als een gespannen koord,
het lachen is gestopt, toen de kinderen wezen.
(…)

© Flor Declercq

Schermafbeelding 2015-02-15 om 17.48.20
© Kathy De Wit

 

Tijdens de gedichtenweek gebruikte Kathy De Wit ook een citaat uit Zand op een Zeebed voor haar type-to-tableproject. Neem een kijkje op haar blog en bewonder het resultaat!