Op deze eerste officiële lentedag trad mijn zusje Roos in het huwelijk. Ik schreef er volgend gedicht over:

 

Scan 4

 

Een plek voor ons twee

Voor het eerst bouwen we een huis
van plakband, pluis en snippers.

We schikken post-its uit de avondles
naast tikjes op het raam, plukken fietsen uit de berging,
herinneren ons een dierenpark, een wassen huis,
een boom van zand, een stad van ijs.

Voor het eerst leggen we een fundament 
van vonken. Vogeljongen zingen
om het licht in een betonnen straat, 
de echo’s van een kind.

Altijd al waren we
minder van geest dan van veren,
minder van vlees dan van licht,
minder van bloedvaten en adergestel
dan van strandzand en zomer, altijd al

wijdser dan een open mond,
minder van spaanplaat dan van huid,
en transparant, en wapperend, en
altijd lichtdoorlatend

en zachter dan het huis
dat we rond de kiem hadden opgetrokken,

en rood, zacht, vlezig
en zacht, gestript en pluizig
en warm, donzig, fijn

als een pas geboren konijntje,
als een ragebol, droog in de zon.

Als een robot trapten we pedalen
door avondzon en kou,
geschouderd als twee helften,
ons hoofd en hart een spiegel.

Toen kwam een loomheid die het tot in de nok
van het met ijsjes gevulde lichaam
overkwam:

vanilleijs, roomijs, zacht sorbet,
groen ijs, negerijs, aardbeien,
sesamijs, chocoladefondue, vliegtuig-ijs,
strandijs, ijssculpturen, tennisijs –

Een boom stak als een veer boven de daken,
de lucht werd versneden door takken.

Voor het eerst bouwden we een huis
van post-its, zand en snippers.
Vogeljongen zongen 
om ons vonkend fundament.

We zochten een plek voor ons twee.

 

 

One thought on “Een plek voor ons twee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *